De hoofden van Jean en Sophie Arp

De hoofden van Jean en Sophie Arp zijn twee kunstwerken van een pionierend kunstenaarsechtpaar. Sophie maakte het eerste, beroemd geworden DaDa Head rond 1919. Jean volgde tien jaar later met Two Heads, als een van zijn ook al beroemd geworden serie abstracte houten reliëfs, opgebouwd uit organische, gekleurde vlakken.

De hoofden van Jean en Sophie Arp, links het houten reliëf van Jean, rechts de houten buste van Sophie.

Jean Arp (ook Hans Arp genoemd, 1886–1966) was een toonaangevende Frans-Duitse beeldhouwer, schilder en dichter, vooral bekend om zijn bijdrage aan de DaDa‑ en surrealisme‑bewegingen. Maar Arps carrière kan niet los worden gezien van zijn echtgenote: Sophie Taeuber‑Arp.

Het grote DaDa-liefdespaar

Zij was een veelzijdige Zwitserse kunstenaar die net zo baanbrekend was in moderne kunst als hij. De laatste jaren kreeg haar voorheen ondergewaarde werk volop aandacht in musea, waaronder een tentoonstelling in het Moma in New York in 2022. Het past in de trend in de kunstwereld om het werk van vrouwen in balans te brengen met kunst die door mannen is gemaakt.

Sophie Henriette Gertrude Taeuber werd geboren op 19 januari 1889 in Davos, Zwitserland. Ze studeerde toegepaste kunst en textielontwerp in Duitsland en keerde in 1915 terug naar Zürich. Daar maakte ze kennis met Jean, die zich in Zwitserland had gevestigd om dienst in het Duitse leger te vermijden. Vanaf hun ontmoeting groeide een artistieke en persoonlijke band die zou uitmonden in een huwelijk in 1922. Jean en Sophie werden het grote DaDa-liefdespaar.

Houten hert van Sophie Arp, een van de marionetten die ze maakte voor een theatervoorstelling.

Naast haar beeldende werk was Sophie nauw betrokken bij dans en performance. Ze studeerde moderne dans en trad op in Dada‑voorstellingen bij heCabaret Voltaire in Zürich, de geboorteplek van DaDa, waar ze ook Jean leerde kennen. DaDa was een kunstpraktijk die willekeur omarmde als creatieve kracht. Het werd een uitgangspunt dat Arp later in al zijn werk zou blijven toepassen. 

Tegen de absurditeit van oorlog

Het Cabaret Voltaire was in 1916 opgericht op als een podium waar schrijvers en kunstenaars konden protesteren tegen de absurditeit en verspilling van de Eerste Wereldoorlog. (De naam Voltaire verwees naar de grote filosoof uit de Verlichting wiens ideeën de logica belichaamden die de Dadaïsten aanvielen).

De kunstenaars en schrijvers van het Cabaret Voltaire vielen het rationele denken aan dat volgens hen de verdorven beschaving had voortgebracht die verantwoordelijk was voor de oorlog. Hun doelwit waren alle gevestigde waarden – politiek, moreel en esthetisch – en hun doel was om de oude burgerlijke orde met nonsens en anarchie omver te werpen. Uiteindelijk hoopten ze een tabula rasa te creëren, een schone lei, die een nieuwe basis zou vormen voor een frisse kijk op de wereld.

Marionetten werden kunstbeelden

In 1918 kreeg Sophie van de directeur van de kunstschool waar ze lesgaf (de Zürcher Kunstgewerbeschule) de opdracht marionetten te ontwerpen voor een moderne uitvoering van Carlo Gozzi’s The King Stag. Sophie creëerde houten poppen opgebouwd uit geometrische vormen — cilinders, kegels en bollen — met zichtbare scharnieren en verbindingen. Deze marionetten weerspiegelden haar gevoel voor ritme, beweging en ruimte. De poppen waren een synthese van haar ervaring in dans, beeldhouwkunst en ontwerp. Ze werden geprezen vanwege hun inventiviteit en speelse verkenning van vorm en mechaniek. Heel anders dan de traditionele houten en folkloristische marionetten, waarvan Pinocchio de beroemdste is geworden.

Vooral het hert uit deze uitvoering werd een prachtig beeld, vind ik. Mooi om het gouden gewei van Sophie te vergelijken met dat van het manshoge houten hert van Zadkine, dat ik zag in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Sophie Arp achter een van haar Dada Heads.

Kort na de marionetten maakte Sophie ook van 1918 tot 1920 een reeks houten hoofden (DaDa Heads): kleurig geschilderde, gestileerde sculpturen die de humor en het experimentele karakter van DaDa karakteriseren. Eén van deze hoofden is een portret van Jean Arp zelf. Deze werken tonen hoe Sophie houtsnijden (of beter gezegd: houtdraaien) combineerde met abstracte geometrie. Ze sloeg daarmee een brug tussen toegepaste kunst en avant‑garde sculptuur.

De organische processen van Arp

Jean Arp op zijn beurt werd vooral beroemd om zijn biomorfe werken vol vloeiende vormen. Het lijken afbeeldingen van organische processen te zijn — knoppen, schelpen, bladeren  — maar ze zijn volledig abstract. Deze vormen weerspiegelen Arps overtuiging dat kunst geen natuur moet afbeelden, maar haar moet doorleven. Zijn werken suggereren groei, transformatie en ritme. Ze raken daarmee aan het onbewuste en het mythische, twee kernideeën van het surrealisme, de kunststroming die in 1924 volgde op DaDa – en nu dus na 100 jaar nog steeds bestaat.

Zelfs het reliëf Two Heads in het Moma in New York (hierboven afgebeeld) van Jean doet mij eerder aan bladeren van een waterlelie en een tropische plant denken, dan aan de hoofden van twee mensen. Door de titel vul je zelf de bovenste reliëflaag in als menselijk haar. Niet zo gek, want Arp deed dat in andere beelden ook met een snor, zoals de collage van hardboard Moustaches die in het bezit is van het Tate in Londen.

Impish Fruit, een reliëf uit 1943 van Arp in onbeschilderd kastanjehout, in de collectie van Tate in Londen.

Hoewel Arp werkte in uiteenlopende materialen — van papier en collage tot brons en gips — speelde hout een belangrijke rol in zijn vroege beelden. Rond 1917 begon hij met abstracte houten reliëfs, waarin gekleurde vlakken aan visuele poëzie doen denken. Deze reliëfs zijn vroege voorbeelden van zijn zoektocht naar vorm los van representatie, een zoektocht die later zijn driedimensionale sculpturen diepgaand zou beïnvloeden. ( En soms greep hij later ook weer op terug op die vroege houten reliëfs, zoals de onbeschilderde ‘ironische fruitschaal’ Impish Fruit uit 1943. Uiteraard is dat mijn favoriet.)

Beelden gebaseerd op Doodling

Ook Jean Arp kan, net als zijn vrouw, geen beslist geen traditionele houtsnijder genoemd worden. De vormen van zijn lage reliëfs waren gebaseerd op gedachteloze tekeningen, ‘doodling’. Die krabbels gaf hij aan een houtbewerker die de vormen voor hem uitzaagde, waarna hij ze schilderde en aan elkaar zette. De titels bedacht hij pas achteraf, zoals The Entombment of the Birds and Butterflies (Head of Tzara).

Jan Bom, 11 januari 2026.