Katsura Funakoshi brengt Japanners tot leven. Zijn houten beelden ademen een serene schoonheid. Met een meesterlijke beheersing van klassieke Japanse houtsnijtechnieken geeft hij zijn figuren een levensechte aanwezigheid. Ook omdat de ogen van marmer je lijken aan te kijken.

Katsura Funakoshi brengt Japanners tot leven, zoals deze vrouw in het beeld Hands Can Reach the Sea.
Katsura Funakoshi (1951–2024) toont zijn mensen meestal als halffiguren, vanaf de taille tot aan het hoofd. De marmeren ogen in het gezicht stralen een bijna hypnotische, rustige blik uit. De combinatie van hout en marmer maakt de beelden opvallend: alsof ze tegelijkertijd een binnenwereld en buitenwereld tonen.
Zijn aanpak weerspiegelt een diep geloof in de menselijke ervaring als iets dat ruimte en stilte verdient. Daar is ook in de Westerse wereld van snelle, oppervlakkige indrukken behoefte aan. De beelden van Funakoshi zijn duur; tussen de 45K en 90K met een topprijs van 185K bij het veilinghuis Sotheby’s voor Black Mountain. Maar via internet worden betaalbare gliche-afdrukken van zijn houten beelden aangeboden.
Ogen van beschilderd marmer
Een van zijn vroegste bekende werken — zoals The Day I Go to the Forest (1984) — toont al zijn meesterschap. De fijnheid van de kleding, de zichtbare sporen van zijn beitel, en de natuurlijke houtnerf brengen zijn borstbeelden tot leven. Bovendien straalt deze wandelaar een bijna filosofische rust uit. Het werk is onderdeel van de collectie van het National Museum of Modern Art in Tokyo.
Ik heb opgezocht hoe hij dat deed, die ogen van marmer plaatsen. Hij sneed eerst het hoofd volledig uit, om pas daarna de oogkassen met grote precisie uit te werken. De marmeren ogen werden afzonderlijk geslepen en exact passend gemaakt, zodat zij in het hout konden worden geplaatst. Daarna fixeerde Funakoshi de ogen met een traditionele dierlijke lijm, een techniek die teruggaat op eeuwenoude Japanse beeldhouwpraktijken. Vervolgens sneed hij de oogleden zó verfijnd dat zij de marmeren ogen nog steeds omsluiten, waardoor geen technische ingreep zichtbaar blijft. Uiteindelijk bracht Funakoshi dunne lagen pigment aan op het marmer, meestal om pupillen en irissen te accentueren, of om een zeer lichte tint toe te voegen die de reflectie van het oog natuurlijker maakt. Hij schilderde nooit een volle kleurlaag; het was eerder een delicate nuance, zodat de marmeren textuur zichtbaar bleef. Het effect: de ogen lijken te zijn ontstaan uit het hout zelf. Erg knap.
Katsura Funakoshi brengt Japanners tot leven
Interessante fait divers: van Funakoshi is bekend dat hij soms de trein nam om de starende gezichtsuitdrukkingen van medepassagiers te kunnen bestuderen. Sinds ik dit las, kan ik niet anders over zijn figuren denken dan als mensen die door een treinraampje naar de voorbijschietende wereld buiten kijken.

The Day I Go to the Forest, een van de vroege werken van Funakoshi.
Aromatisch kamferhout
Geboren in Morioka in de prefectuur Iwate, kwam Funakoshi uit een artistieke familie. Zijn vader was zelf een gerespecteerd beeldhouwer. Deze familiale achtergrond bracht hem al vroeg in contact met de wereld van sculptuur.
Funakoshi studeerde aan de Tokyo Zokei University en vervolgde zijn opleiding aan de Tokyo National University of Fine Arts and Music. In de vroege jaren 1980 begon hij zich te specialiseren in het houtsnijden van menselijke figuren uit kamferhout (kusu) — een houtsoort bekend om zijn rijke textuur en aromatische geur. Ik ken niet veel andere houtkunstenaars die voor deze houtsoort kiezen, die vroeger ook gebruikt werd om scheepskisten te timmeren. De geur hield motten weg. Funakoshi liet de nerf ervan zichtbaar en levendig. Ook hield hij vaak een deel van het hoofd of de kruin onbeschilderd om de natuurlijke schoonheid van het hout te accentueren.
Niet te kinderachtig

Winter Book (1988) is een bekend werk uit Funakoshi’s oeuvre dat in tentoonstellingen en galerie-presentaties is getoond.
Wat Funakoshi onderscheidt van heel wat andere moderne Japanse beeldsnijders, is dat hij ver wegblijft van de in mijn ogen vaak kinderachtige dierfiguurtjes of kleine meisjes met grote popperige ogen. (Mijn kritiek geldt zeker niet voor oude Japanse meesters als Unkei c. 1150 – 1223, die glazen ogen in zijn beelden plaatste, een gebruik dat Funakoshi dus van hem overnam) .
Hoewel Japans, zijn de figuren van Funakoshi universeel herkenbaar. Ook prachtig dat hij zijn halffiguren soms op vier gekromde takken zet, bij wijze van hoge sokkel. Die combinatie van bewerkt met onbewerkt hout relateert Funakoshi aan het Dendroism, waar de vorm van het hout een eigen verhaal vertelt.

Dancing as a Puppa (2001), een hybride beeld: half mens, half vogel.
Ook vind ik het boeiend om te zien hoe zijn fantasie steeds verder ging. In de jaren 1990 begon hij aan een serie waarin menselijke en dierlijke vormen samensmelten tot hybride figuren — symbolisch geladen beelden die vragen oproepen over identiteit, menselijkheid en natuur. Dancing as a Puppa is zo’n beeld uit 2001, waarin het halftotaal wel ineens voeten heeft, maar ook twee met houten pennen bevestigde zijplanken, die lijken op de vleugels van een vogel. Ietwat surrealistisch ook.
Funakoshi werkte hard en bouwde een indrukwekkend oeuvre op van meer dan honderd sculpturen. In Tokyo zijn diverse van zijn werken te zien in museumcollecties. Hoewel musea vaak op cyclusbasis tentoonstellen, behoren stukken uit zijn figuratieve portretreeks — zoals Winter Book, Hands Can Reach the Sea en Moon Shining on Forest — tot de bekendste en meest bewonderde werken uit de Japanse collectie. Toch staan er nog heel wat van zijn werken, vooral tekeningen, te koop op Artsy, de verzamelsite voor kunstgaleries.
Japanse stem op Biënnales
Zijn sculpturen worden niet alleen in Japan gewaardeerd, maar ook internationaal. Funakoshi vertegenwoordigde Japan op de Venetië Biennale (1988), de São Paulo Biennale (1989) en de Documenta IX (1992). Zijn sculpturen zijn opgenomen in grote collecties zoals het Museum of Contemporary Art, Tokyo, het British Museum, en het Metropolitan Museum of Art in New York.
Funakoshi ontving verschillende onderscheidingen voor zijn werk, waaronder de Medal with Purple Ribbon — een van de hoogste artistieke onderscheidingen in Japan. Hij overleed in maart 2024 op 72‑jarige leeftijd.
Jan Bom, 27 januari 2026

