Jan Bom is een man met een missie. Dat schrijft dichter Leo Mesman in zijn presentatie van de kunstbundel ‘Dendroism, verhalen van het hout’. ‘Een lust voor het oog’, recenseert Mesman op zijn website.

De dichter Leo Mesman, in 2010 poserend bij een boom die alle karakteristieken heeft van het Dendroïsme: ieunt Mesman hier niet tegen de kop van een koe of stier?
Ik mocht het hele verslag op Mesmans’ website overnemen op Wowwood:
Volg zijn zoektocht
‘Jan Bom is een man met een missie. Na vele jaren inzet als journalist over duurzaamheid, manifesteert hij zich meer en meer als kunstenaar, die zijn fascinatie met bomen en houtcreaties met passie uitdraagt. Zijn website Wowwood wordt gedragen door de gedachte dat de tekening in het hout de basis is voor het kunstwerk. Deze visie noemt hij “dendroïsme”.
Zo’n 15 jaar geleden hebben Jan en ik samen een bundel gepubliceerd, onder de naam Verklaringen van liefde, met vooral boomgedichten van mij en hierdoor geïnspireerde foto’s van bomen van zijn hand. Sindsdien is Jan zich steeds meer gaan verdiepen in bomen en hout en hierdoor geboeide kunstenaars. Zozeer zelfs dat hij zichzelf ook bekwaamd heeft in het maken van houtsculpturen. Op zijn website kunnen we zijn zoektocht volgen naar mensen die zich door hout laten inspireren in hun beeldende kunst, vanaf de oudheid tot in onze dagen.
Het hout vertelt zijn eigen verhaal
Onlangs heeft hij de moeite genomen om een selectie van zijn verhalen over houtkunstenaars en afbeeldingen van hun kunst (inclusief die van hemzelf) samen te brengen in een mooi verzorgd boek. Onder de veelzeggende titel: Verhalen van het hout. Dus geen verhalen over, maar van het hout. Het hout vertelt ons immers zijn eigen verhaal. Mensen projecteren graag hun verbeelding in de gestalte of het hout van bomen. Antropomorfisme heet dat.
Jan Bom bepleit in zijn boek dat we ons openstellen voor wat bomen en hout ons vertellen, als drager van betekenis. Op zijn website verklaart Jan dat hij daarmee begonnen is uit boosheid. Een veelgebruikt standaardwerk over houtsnijkunst bleek namelijk te stoppen bij het midden van de 15e eeuw, alsof er daarna niets bijzonders meer gecreëerd zou zijn op dit gebied.
Correctie op heersende canon
Jan heeft de ambitie de heersende canon te corrigeren en aan te vullen tot in onze dagen, met wat hij noemt minibiografieën van grote kunstenaars, geïllustreerd met beelden van hun werk. In Verhalen van het hout wordt in een veertiental boeiend geschreven hoofdstukken een beeld geschetst van de diverse wereld van houtsnijkunst en hun makers. En van de eigen ontwikkeling van de auteur op dit gebied.
De veelal door Jan zelfgemaakte foto’s zijn net als de hele opmaak van het boek een lust voor het oog. Zijn beschouwingen bevatten leuke anekdotes, leerzame feitjes en originele observaties. En wie wil niet meer weten over zijn wandelende walvis, in een knotwilg genestelde prinsessenhoofd van suikeresdoorn, of brandende ballerina?’

