De memento mori van Aron Demetz zijn geen klassieke kunstwerken met schedels, verlepte bloemen of zandlopers. Zijn houten beelden maken de dood zelf zichtbaar. De hoofden en lichamen van zijn beelden tonen sporen van vergankelijkheid en verval. Demetz laat het onontkoombare einde zien, zonder een moreel oordeel te vellen.

De memento mori van Aron Demetz nemen soms de gestalte aan van een half ‘aangevreten’ lichaam, zoals bij dit beeld Sud.
De figuren van Aron Demetz (1972) zijn vaak levensgroot, soms deels verbrand of deels afgebroken. Houtkloven, scheuren en verkleuringen blijven zichtbaar. Ze worden ingezet als dragers van betekenis. Het materiaal zelf draagt tijd: het leeft, droogt, scheurt, veroudert.
Door zijn behandeling van het hout wordt de sterfelijkheid van het lichaam direct zichtbaar. In de kunstkritiek wordt benadrukt dat zijn werk niet heroïsch is, of de rol van het slachtoffer verheerlijkt. De figuren van Demetz zijn gewond, maar waardig; gehavend, maar nog steeds aanwezig.
Ik twijfel of ik dit werk echt mooi vind. Zou ik zo’n hoofd dat al een paar jaar in het graf lijkt te hebben gelegen op mijn werkkamer willen zetten? Ik denk het niet. Zijn deze beelden commercieel aantrekkelijk? Voor liefhebbers van zombie-films misschien, want bij Demetz is de Apocalyps al tastbaar aanwezig. Wat heeft de rug en achterhoofd van die vrouw (van het nog onverkochte beeld Sud uit 2012) aangevreten? Deze beelden lopen in ieder geval niet hard. Op de website van Gazelli Art House worden meerdere sculpturen uit Demetz’ ‘zombie-serie’ nog steeds aangeboden met prijs op aanvraag. Van een snelle doorloop is hier geen sprake.
Een schedel met rotte tanden
Aan de andere kant is zijn moed te prijzen om het oude thema van de memento mori af te stoffen, na de populariteit hiervan in de zestiende eeuw. Een kunstenaar als Pieter Claesz presenteerde in de Gouden Eeuw een schilderij als Vanitas, met een schedel die met rotte tanden op een boek ligt.
Maar Claesz wilde met het afbeelden van uitgedoofde kaarsen zijn publiek tot een goed en godsdienstig leven aanzetten. Deze drijfveer om te dreigen ontbreekt bij Demetz volledig. Hij draagt geen godsdienstige moraal uit. Zijn beelden zijn niet bedoeld om te waarschuwen voor hel en verdoemenis.

In de serie Advanced Minorities combineert Demetz een bijna gladde paspop-achtige vrouw van lindehout met tekenen van verval.
Ook daarom typeren kunstcritici Demetz eerder neutraal als een scharnierfiguur tussen traditionele houtsnijkunst en hedendaagse beeldhouwkunst. Hij experimenteert met vuur, harsen, pigmenten en zelfs het zandstralen van hout. Hierdoor ontstaat een spanning tussen controle en toeval, tussen natuur en cultuur, tussen traditie en moderne techniek.
Een beeld uit zijn serie ‘Counting the Winters’ zou ik weer wél dolgraag willen bezitten, vooral omdat ik zelf ook al een tijdje experimenteer met de gasbrander op cross laminated timber (clt). Na verbranding en afborstelen komen de jaarringen tevoorschijn, wat prachtige structuren oplevert. Demetz weet hetzelfde effect ook met zandstralen te bereiken, waarvoor hij het hout van de sequoia gebruikt. De fragiliteit van het leven levert hier pure schoonheid op, zonder associaties met scary movies.

Uit de serie ‘Counting the Winters’, een bronzen afgietsel van een gebrand (of gezandstraald) borstbeeld.
Demetz is opgegroeid in Val Gardena, een dal in de Dolomieten beroemd om zijn eeuwenoude houtsnijtraditie. Hier volgde hij opleidingen aan de lokale kunst- en beeldhouwschool in Selva/Sëlva di Val Gardena en de beroepsschool voor houtsnijders en schilderkunst.
Later studeerde hij beeldhouwen aan de Akademie der Bildenden Künste in Nürnberg, waar zijn sculpturale taal zich verder ontwikkelde. Al tijdens zijn opleiding raakte hij gefascineerd door de spanning tussen handwerk, tijd en de condition humaine, het menselijke bestaan inclusief alle tekortkomingen.
Er zijn vele Demetzen
De naam Demetz is in Val Gardena synoniem aan de houtsnijtraditie in de vallei. Verschillende families met die naam, zoals de Demetz Art Studio, produceren al generaties lang houten religieuze sculpturen. Hoewel Aron Demetz ook uit zo’n beeldhouwfamilie komt, is er geen direct bloedverwantschap aantoonbaar tussen hem en Gerhard Demetz, een andere bekende houtsnijder met dezelfde achternaam.
Het is boeiend te zien hoe nieuwe generaties van houtsnijders uit Val Gardena zich ontworstelen aan de traditionele houten Jezus- en Mariabeeldjes en een eigen beeldtaal ontwikkelen. Aron Demetz behoort alweer tot een jongere generatie die in de voetsporen treedt van internationaal bekend geworden voorgangers als Bruno Walpoth, Willy Verginer en Gregor Prugger. Zij tikken nu soms de 70 jaar alweer aan. Daar is de vijftiger Demetz nog een ‘jonkie’ bij.
Samenvattend: bij Aron Demetz zie ik zijn memento mori niet als symbolen; hij toont de sterfelijkheid van het lichaam zelf. Zijn beelden spreken van vergankelijkheid en tijd, van wonden en herstel. Het leven is zoals het is: tijdelijk. Hout, lichaam en tijd smelten bij Demetz samen tot sculpturen die stil maar onmiskenbaar getuigen van het onontkoombare einde. Niet meer, maar ook niet minder dan dat.
Jan Bom, 20 januari 2026

