Louise Nevelson maakte monumenten van gevonden hout

Louise Nevelson maakte monumenten van gevonden hout: assemblages van kisten, stoelpoten, gedraaide spijlen, zuilen en deurpanelen. Ze assembleerde alle losse onderdelen tot architectonische installaties en schilderde ze matzwart. Het Centre Pompidou in Metz (Frankrijk) toont dit jaar (2026) haar ‘monumenten’. 

Rain Forest Wall (1967), in het bezit van museum Boymans van Beuningen in Rotterdam.

Louise Nevelson (1899–1988) behoort tot de meest invloedrijke beeldhouwers van de twintigste eeuw. In haar houten werelden transformeerde Nevelson afgedankt hout tot sculpturale installaties. Haar oeuvre laat zien hoe materiaal, herinnering en ruimte samenvloeien tot een unieke beeldtaal. Abstract en toch heel mystiek en persoonlijk.

Geboren in het huidige Oekraïne

Nevelson werd in de vorige eeuw geboren als Leah Berliawsky in Pereiaslav, in het huidige Oekraïne, onder Kiev. In 1905 emigreerde haar familie naar de Verenigde Staten en vestigde zich in Rockland, Maine. De ruige natuur en de houten huizen van New England vormden een vroege visuele omgeving. Later zou al dit hout onbewust resoneren in haar werk. Hout was hier overal: in de bossen, als bouwmateriaal, als gebruiksvoorwerp. Kortom: als drager van sporen van leven. 

Al op jonge leeftijd voelde Nevelson zich aangetrokken tot kunst, maar haar weg naar een kunstenaarschap was niet vanzelfsprekend.

Na een mislukt huwelijk en de geboorte van haar zoon verhuisde Nevelson in de jaren twintig naar New York. Ze was vastbesloten kunstenaar te worden. Ze studeerde aan de Art Students League en werkte ook kort als assistent van Diego Rivera (de man van Frida Kahlo), van wie zij het belang van schaal, ritme en architectonische samenhang leerde. 

Louise Nevelson maakte monumenten van gevonden hout, waar ze hier voor poseert, met sigaar in de hand.

Toch duurde het nog decennia voordat zij haar eigen, herkenbare stem vond. Pas in de jaren vijftig begon Nevelson intensief te werken met gevonden hout — een keuze die zowel praktisch als conceptueel was. Ze leefde in armoede en gebruikte wat deze wereldstad haar aanbood: weggegooide objecten, bouwafval, afgedankt huisraad. Maar deze beperking groeide uit tot een esthetisch en filosofisch uitgangspunt.

Het gevonden hout fungeerde voor Nevelson niet als neutraal materiaal, maar als drager van een verleden. Elk fragment had al een eigen leven achter de rug. Het was aangeraakt, gebruikt, versleten. Door deze elementen te verzamelen en te ordenen, eigende zij zich hun geschiedenis toe. Ze herschiep het sloophout tot een nieuw geheel. 

Ritmische structuur als muziek

Haar assemblages bestaan uit houten dozen en compartimenten, waarin objecten zorgvuldig zijn geplaatst. De herhaling van vormen — cirkels, vierkanten, verticale en horizontale lijnen — geven haar installaties een ritmische structuur die doet denken aan muziek of poëzie. Nevelson volgde dan ook twintig jaar lang moderne danslessen en was een groot fan van de balletpionier Martha Graham. Ook was ze goed bevriend met de componist John Cage. Die betitelde haar werk als ‘music theatre’.

Een cruciaal aspect van Nevelsons werk is haar gebruik van matte monochrome kleuren, vooral zwart, wit en goud. Het zwart, dat zij vaak omschreef als ‘de meest aristocratische kleur’, verenigt de uiteenlopende onderdelen tot één visuele eenheid. Door alles in een enkele kleur te schilderen verdwijnen individuele details niet, maar worden zij ondergeschikt aan het geheel. Het hout verliest zijn letterlijke identiteit en wordt sculpturale materie. Tegelijkertijd blijft de textuur zichtbaar: nerven, breuken en slijtage verraden het verleden van het materiaal. 

De installatie Sky Cathedral, zoals deze in het Moma in New York staat.

Nevelson sprak zelf liever over haar werken als ‘environments’ dan als sculpturen. Het woord ‘installatie’ bestaat pas sinds 1959. Een werk als Sky Cathedral (1958) bestaat uit een muur van hout die de toeschouwer omringt en opslokt. De schaal is menselijk en bovenmenselijk tegelijk: je staat tegenover het werk, maar je ‘zit er ook in’. Zelf zei ze over haar werk, in 1964: “I myself need, for my place of consciousness, a form. It’s almost like you are an architect that’s building through shadow and light and dark.”

Deze ruimtelijke ervaring is essentieel voor haar werk. Het hout wordt architectuur. Noem het monumenten in de vorm van een soort innerlijke stad of tempel. Kunsthistorici hebben vaak gewezen op spirituele invloeden in haar werk, variërend van joodse mystiek tot gotische kathedralen en precolumbiaanse architectuur.

Als vrouw in een door mannen gedomineerde kunstwereld moest Nevelson hard vechten voor erkenning. Lange tijd werd haar werk gezien als ‘decoratief’ of ‘ambachtelijk’. Dat overkomt wel meer kunstenaars die voor hout kiezen. Het was een materiaal dat niet paste binnen de kunststromingen van het modernisme waar staal en steen en olieverf de boventoon voerden.

Ook witgeschilderd koos Nevelson voor slechts een enkele kleur: zoals bij dit werk ‘Dawn’s Presence, Two Columns’.

Toch hield zij vast aan haar visie. Haar publieke persona, met dramatische kleding, kunstmatige wimpers en sieraden, was bewust geconstrueerd. Nevelson maakte van zichzelf een levend kunstwerk. Deze mythologisering van haar eigen persoon ging hand in hand met haar sculpturale universum.

In de jaren zestig en zeventig groeide Nevelsons’ internationale reputatie. Ze vertegenwoordigde de Verenigde Staten op de Biënnale van Venetië en ontving grote publieke opdrachten. Toch bleef gevonden hout de kern van haar werk. Zelfs wanneer zij werkte in metaal, bleef de logica van assemblage en modulariteit leidend. Haar houten installaties bleven getuigen van een fundamentele overtuiging: dat kunst ontstaat door het ordenen van chaos, door het vinden van samenhang in fragmenten.

Echo’s van menselijk gebruik

Louise Nevelson overleed in 1988 in haar stad New York, haar podium. Haar kunst heeft blijvende invloed gehad op latere generaties kunstenaars, vooral binnen assemblagekunst, installatiekunst en het werken met gevonden materialen. 

In deze tijd waarin duurzaamheid en hergebruik steeds urgenter worden, krijgt haar omgang met afgedankt hout een nieuwe actualiteit. Het woord ‘circulariteit’ kende Nevelson nog niet, laat staan het ‘upgraden van afval’. Toch liet ze zien dat wat weggegooid is nog lang niet dood is. Het wacht alleen nog op een nieuwe ordening, op een nieuwe betekenis.

Haar installaties van gevonden hout zijn geen stille objecten, maar levende structuren vol echo’s van menselijk gebruik en herinnering. Ze vormen monumenten zonder heroïsche figuren, kathedralen zonder religie, steden zonder plattegrond. In het werk van Louise Nevelson spreekt het hout — zwijgend, mat monochroom geschilderd, maar beladen met tijd. Juist daarin schuilt zijn blijvende kracht.

De overzichtstentoonstelling ‘Mrs. N’s Palace’ begint op 24 januari en zal duren tot 26 augustus 2026 in Centre Pompidou in Metz, oostelijk van Parijs.Louise Nevelson maakte monumenten van gevonden hout en hier zijn ze te vinden.

Jan Bom, 5 januari 2026