Willy Verginer bidt op een olievat, terwijl een kleurvlak de stijgende zeespiegel aangeeft. De oliedrums keren terug in tal van andere sculpturen. Een kind kan niet meer zorgeloos in het water spelen door alle drijvende vaten en andere rommel om zich heen. Een jong hert staat verweest op een oliedrum. Een specht pikt een gat in zo’n vat. Een man verdrinkt erin.

Willy Verginer bidt op een olievat, een beeld met een kraakheldere ecologische boodschap.
Deze scherpe kritiek typeert het werk van Verginer. Het is sterk figuratief en materiaalbewust maar houdt tegelijkertijd de wereld een spiegel voor. Verginer zegt blij te zijn in een schone omgeving van bergen te zijn opgegroeid, maar toont in zijn beelden de bedreiging van die idylle.
Magnifieke snijtechniek
Verginer (1957, Bressanone/Brixen) groeide op in de valleien van de Dolomieten. Zijn jeugd in Val Gardena, een regio met een eeuwenoude houtsnijtraditie, legde de basis voor een diepe affiniteit met hout. De wereld van het atelier en de natuurlijke omgeving werd zijn eerste universiteit. Hier leerde hij dat hout niet slechts materiaal is, maar een uitstekend medium om verhalen te vertellen.
Hij volgde eerst schilderonderwijs aan het kunstinstituut in Ortisei, en ontwikkelde zich daarna via autodidactische exploratie tot beeldhouwer. Hij werkte eerst, net als generatiegenoten als Bruno Walpoth, in diverse ateliers van Val Gardena. Die periode van meester-leerling-training vormde het fundament van zijn ambachtelijke vaardigheid.

Een jongetje speelt in het water, maar wordt omgeven door drijvende rommel, waaronder miniatuur olievaten.
Ik vind de realistische houtsnijtechniek van Verginer magnifiek. Jaloersmakend, gewoon. Superrealistisch. Soms bouwt hij een broek op uit grove vlakken, gehakt met een forse platte guts. Maar het gezicht is dan weer perfect van uitdrukking, fraai gladgeschuurd met een fijne rasp. Hij snijdt ook prachtige vrouwen.
Zijn beelden worden sinds 2005 door kleurvlakken en industriële objecten onderbroken. Hierdoor komt het klassieke figuratieve in een nieuwe context te staan. Een olievat of een enorm kleurvlak kan ineens het narratief van de sculptuur verleggen: de natuur wordt bedreigd, het kind buitengesloten. De wereld raakt uit evenwicht.
Kleurvlakken als scheiding
Verginer speelt met contrasten. Door de kleurvlakken te gebruiken, maakt hij een visuele scheiding tussen het bekende en het onzichtbare, tussen wat we direct begrijpen en wat we moeten overdenken. Waarom is dat hoofd ineens verguld? Waarom is dat lichaam bedekt met aluminiumfolie, of met diepzwarte acrylverf beschildert? De werkelijkheid zoals ze is, en de werkelijkheid zoals we die ervaren, wordt verstoord door een menselijke interventie. Wat is de impact van ons handelen?

Verginer laat een van zijn beelden op een enkele stap na in een open olievat tuimelen: spannend.
Dit stijlkenmerk maakt het werk van Verginer heel herkenbaar. Staan zijn beelden in een groepstentoonstelling, dan weet iedereen zich te herinneren: die half beschilderde figuren, dat waren de beelden van Verginer. Bezoekers die van surrealisme houden komen bij Verginer ook aan hun trekken. Ineens treffen ze een roze geschilderde Bambi hoog in de takken van een boom.
Half zichtbaar, half symbolisch
Zijn sculpturen nodigen uit tot contemplatie. De kinderen, de volwassenen, de dieren en de objecten bevinden zich door de kleurvlakken in een tussenruimte: half zichtbaar, half symbolisch. De toeschouwer wordt uitgenodigd om te zoeken naar verbanden, parallellen en implicaties, zonder dat het werk die direct opdringt. Knap hoe subtiel Verginer zijn ecologische boodschap brengt.

Willy Verginer poseert bij een beeld waar een specht een gat in een oliedrum pikt.
Verginers werk is internationaal bekend. Hij heeft geëxposeerd in Italië en daarbuiten, van musea in Trentino tot Apeldoorn. Zijn werk is opgenomen in bedrijfsverzamelingen en door zijn galerie LeRoyer verkocht op kunstbeurzen zoals Art Miami en Art Toronto. Ook vertegenwoordigen hij Zuid-Tirol op de 54e Biennale in Venetië. Hij geniet al met al internationale faam -op een veiling bracht een werk al meer dan 45 duizend dollar op. Zijn bronzen afgietingen op Artsy zijn wel wat gunstiger in prijs.
Toch blijft zijn uitgangspunt lokaal en persoonlijk: het hout van de Dolomieten en de valleien van Val Gardena vormen de kern van zijn artistieke identiteit. Het ambachtelijke fundament is er nog, maar het wordt verlengd, verbreed en verschoven naar een 21ste-eeuwse context- ook al is die niet altijd even vrolijk.
Jan Bom, 18 januari 2026

