De ogen van Eveline van Duyl

De ogen van Eveline van Duyl kijken je aan vanuit een bos. Of is het Eveline zelf die een ree of een wolf ziet? Wie kijkt naar wie? Kijken wij naar buiten of juist naar binnen, als we in de natuur zijn? In haar serie Forest laat deze kunstenares de boomstammen net mensen zijn.

De ogen van Eveline van Duyl: Eye Birth uit 2023.

Toen corona het maatschappelijke leven in Nederland lam legde en mensen elkaar niet meer mochten zien, ging kunstenares Eveline van Duyl (1957) het bos in. Hoog in de provincie Groningen, waar ze woont en werkt. Wandelen. Daar in de natuur voelde ze zich helemaal niet alleen. Ze voelde zich juist bekeken, door dieren.

Dat gevoel werd de bron voor een forse serie beelden, die ze Forest noemde. Uit het bos nam ze stammen en takken mee, bewerkte deze en sneed er ogen in uit. Het ruwe hout kreeg daardoor ook mensachtige vormen — hoofden, torsen. En de ogen begonnen te functioneren als een subtiel maar krachtig middel om de toeschouwer indringend te confronteren met de eigen blik. De ogen maken het werk weerbaar, alert, soms zelfs ongemakkelijk. Griezelig echt. Ze doorbreken de veilige positie van de kijker.

Griezelig echt

Het werk van beeldend kunstenaar Van Duyl beweegt zich op het snijvlak van natuur, verbeelding en waarneming. In haar sculpturale praktijk speelt hout een centrale rol: niet als neutraal materiaal, maar als drager van geschiedenis, groei en kwetsbaarheid. 

Agrippina, mother of Nero (and her son), een werk uit een schijf wilgenstam uit 2021.

Ik reken haar aanpak tot het Dendroism, omdat ze in deze beeldenserie verder gaat vanuit het verhaal dat al in het hout verscholen zit. Daarmee sluit Van Duyl aan bij kunstenaars die luisteren naar wat het materiaal zelf al suggereert. De tekening van het hout, nerven en knoesten spelen een actieve rol in de uiteindelijke vorm.

Wrijven, wrijven, wrijven

Tijdens de opening van haar solo-expositie in Het Depot in Wageningen (van 1 februari tot 14 juni 2026) sprak ik met haar over die ogen. Hoe kreeg ze die enorme pupillen zo levensecht? Zelfs de doorschijnende structuur van het hout zorgt voor een superechte iris. 

Het is een kwestie van heel geconcentreerd dunne laagjes schilderen, vertelde ze me. Ze gebruikt impregneerolie dat ze mengt met pigment van zacht pastel. “Wrijven, wrijven, wrijven. Net zo lang totdat ik denk: zo is het mooi. Daarna een glanzend laagje er over. Daar gebruik ik onder andere PU-lak voor; glanzende lakfinish.” Het eindresultaat doet de ogen emotioneel glanzen.

Laag van bezieling

Als bijkomend effect verwijzen de ogen naar een diepere laag van bezieling. In veel culturen, ook de onze (voor de komst van het Christendom) worden bomen gezien als levende wezens met een eigen bewustzijn. De Heilige Eik in de Germaanse cultuur is daarvan een voorbeeld.

Forest, het complete bos met ogen die je aankijken.

Van Duyl sluit hier niet expliciet bij aan, maar haar beelden ademen wel dat idee: hout is bij haar geen dood materiaal, maar een lichaam dat ooit geboren werd, groeide, voelde en reageerde. De ogen fungeren als een herinnering aan die levendigheid.

Pupillen van marmer

Ik kan het niet helpen om ook de vergelijking te maken met twee Japanse kunstenaars, die met een heel andere techniek ook levensechte ogen in hun beelden verwerkten. De absolute grootheid is Unkei, die in zijn ontwikkeling eeuwen voorliep op de houtsnijders in Europa. Hij leefde van ca. 1150 tot 1223 en wist met ogen van geslepen glas de o zo menselijke gezichtsuitdrukkingen van boeddhistische monniken nog verder te verlevendigen. Maar liefst acht eeuwen later pakte zijn landgenoot Katsura Funakoshi dit idee weer op. Ditmaal door pupillen op wit marmer zo te beschilderen dat zijn figuren dwars door je heen lijken te kijken. 

Van Duyl kende deze Japanse voorbeelden niet, bekende ze me. Maar met haar eigen techniek integreerde ze de ogen met evenveel zorg in haar beelden. Zelfs bij het vervreemdende beeld ‘Eye Birth’ lijkt het oog daar echt uit die takkenbos te geboren te worden, als een vreemde, roze paddenstoel.

Als vensters…

In de tentoonstellingsgids van Het Depot wordt een regel uit het gedicht Autistisch van Rutger Kopland aangehaald. Het lijkt te gaan over een pasgeboren baby, die ook zo kan kijken zonder nog scherp te kunnen zien, ‘(-) Ik kijk en het kijkt als ogen van glas, als vensters, zo tegelijk naar buiten en naar binnen, zo naar alles wat er is’. Mooi gevonden en heel toepasselijk op dit werk van Van Duyl.

Met Forest nodigt Eveline van Duyl uit tot vertraging en reflectie. Haar beelden vragen niet om snelle interpretatie, maar om een ontmoeting. Een ontmoeting waarin kijken en bekeken worden samenvallen — en waarin de grens tussen mens en natuur even oplost.

Jan Bom, 7 februari 2026