Carl Andre, meester-minimalist

Carl Andre (1935 – 2024) werd meester-minimalist door onbewerkte houten balken op elkaar te stapelen. Of balken als een landschap op de vloer te rangschikken. Andre creëerde hiermee een radicaal nieuwe manier van kijken naar sculpturale kunst. Hij werd zo een van de grondleggers van het minimalisme.

Een van de rauwe geometrische beelden van Carl Andre: drie losse, op elkaar gestapelde ruwe balken.

 Met zijn extreem eenvoudige werken kwam de Amerikaanse kunstenaar te boek te staan als een van de grondleggers, zo niet de grondlegger van het minimalisme. Een belangrijke concurrent voor deze titel is zijn vriend en vroegere ateliergenoot Frank Stella, die net als Andre ook in 2024 stierf.

Een keer slechts bewerkte Andre een stuk hout met guts en klopper. Achteraf is het bijna een jeugdzonde, dat werk uit 1959 dat hij ‘Last Ladder’ noemde. Een dikke houten balk met daarin uitgeholde vakken. Het was geïnspireerd op de eveneens oorspronkelijk uit hout uitgehakte ‘Kolom van Oneindigheid’ van Constantin Brancusi (1876 – 1957). Dat was duidelijk een inspiratiebron geweest.

Geen enkele emotie of herkenning

Maar Carl Andre ging verder, door daarna werkelijk alle elementen te elimineren die ook maar iets van emotie of herkenning zouden kunnen oproepen. Ook gaf hij geen uitleg. Zoals zijn kunstenaarsvriend Frank Stella tegen critici zei: ‘What you see is what you see‘. (Het zou dezelfde Stella zijn geweest die de ‘Last Ladder’ van Andre zag, er omheen liep, bij de niet bewerkte achterkant bleef staan en toen zei: ‘You know, that’s sculpture, too‘.)

Een installatie in de tentoonstelling over Carl Andre in 2016 in het Moca, Los Angeles.

Zijn ‘vloeren’ van houten blokken (en stalen platen en tegels) doen wel aan landschappen denken. Ze eindigen op de vloer van de zaal, maar er is weinig verbeelding voor nodig om ze verder door te trekken, tot ver buiten de muren van het museum. Zo werkte ook de kolom van Brancusi. Ook daar stopte de herhaling in het beeld, maar lijkt zijn kolom die in Roemenië staat door te gaan tot in de wolken. En hoger.

Was Jan Schoonhoven niet eerder?

Mij intrigeert het fenomeen dat zowel in Amerika als in de Europa zowat gelijktijdig hetzelfde idee van minimalisme ontstond, als tegenreactie op het overdadige abstracte expressionisme (van onder andere Willem de Kooning en Jackson Pollack). Eenvoud. Rust. Zen. Daar streefde een nieuwe generatie kunstenaars naar, die greep naar ruwe, vaak industriële materialen om hier uitdrukking aan te geven. In Nederland maakte Jan Schoonhoven zijn eerste ‘witte reliëfs’ in het begin van de jaren zestig. Zijn eerste beroemde werk was zelfs gedateerd in 1962: R62-1. 

Het reliëf R62-1 van Jan van Schoonhoven uit 1962.

In dat jaar presenteerde het Stedelijk Museum het werk in een groepstentoonstelling. Het bestond uit eenvoudige geometrische patronen; dozen gemaakt van karton met een dun laagje witte gips. Maar het licht toverde er een prachtig wisselend schaduwspel op. Een nieuwe kijk op Hollands Licht was geboren, totaal anders dan het licht- en schaduwspel dat Rembrandt op zijn doeken vastlegde. Schoonhoven had zich aangesloten bij de Nederlandse Nul-groep, die weer geïnspireerd was op de internationale Zero-beweging.

Carl Andre’s eerste solo-expositie vond pas drie jaar na de groepstentoonstelling van de Nul-beweging plaats. En: niet in een museum, maar in een kunstgalerie. Andre startte in 1965 in de Tibor de Nagy Gallery in New York. In hetzelfde jaar presenteerde het Stedelijk opnieuw Schoonhoven c.s. in een overzichtstentoonstelling: ZERO – Let Us Explore the Stars. 

Een definitie van het minimalisme

Maar de carrière van Andre spoot veel sneller omhoog. Zijn werk werd al snel opgenomen in tentoonstellingen zoals ‘Primary Structures’ (1966) in het Jewish Museum in New York, wat hielp om minimalisme als een belangrijke kunststroming te vestigen. 

Wat hadden de Nederlanders en de Amerikanen met elkaar gemeen? In ieder geval dezelfde definitie. Minimalisme is een kunststroming die zich kenmerkt door een extreme vorm van eenvoud en reductie, waarbij alle overbodige elementen worden weggelaten. Het doel is om de essentie van het kunstwerk naar voren te brengen door gebruik te maken van basisvormen, elementaire structuren, en neutrale kleuren. De nadruk ligt op de materialen en de ruimte zelf, in plaats van op symboliek of emotionele expressie.

Op basis van deze jaartallen valt dus te betwisten of Carl Andre en andere Amerikanen de grondleggers van het minimalisme zijn geweest. Ideeën worden nu eenmaal vaker gelijktijdig op verschillende plekken geboren. Daarna is het in dit geval de vraag: wie organiseert de slimste kunstmarketing? Het Stedelijk deed er werkelijk alles aan, maar heeft de strijd toch van de Yanks verloren. 

Dat wil niet zeggen dat het leven van Andre geen hele diepe U-curve maakte. Na een persoonlijk drama in 1985, waarbij zijn vrouw in New York uit het raam viel en om het leven kwam, stortte de carrière van Andre volledig in elkaar. Ook al werd de kunstenaar vrijgesproken, vrouwen bleven hem ervan beschuldigden haar uit het raam te hebben geduwd. Zelf beweerde hij, later: ‘Ik lag te slapen. Ik lag in bed, toen ik hoorde schreeuwen ‘nee, nee, nee’. Volgens Andre moet ze hebben geprobeerd de hoge ramen dicht te doen vanwege de kou, maar was ze haar evenwicht verloren.

Een zaaltje van de laatste grote expositie van meester-minimalist Carl Andre.

Pas heel lang na het juridische moddergevecht volgde nog eenmaal erkenning. Zijn balken en andere werken kwamen pas in 2013 in New York en daarna in 2017 weer bij elkaar in de grote overzichtstentoonstelling Carl Andre, Sculpture as Place, 1958- 2010in het Moca in Los Angeles. Hij had er maar liefst 37 jaar op moeten wachten. Het voorlaatste grote overzicht van zijn oeuvre dateerde al van 1978-80.

‘De moeder van alle materie’

Andre bleef zijn hele loopbaan, keer op keer, terugkeren naar hout. Hij noemde het ‘de moeder van alle materie’. En in een andere, nogal bedenkelijke quote: ‘Zoals alle vrouw die door mannen worden geteisterd (ravaged), vernieuwt hout zichzelf door te geven en geeft het zichzelf door te vernieuwen’. Opgetekend door de New Yorker.

Zoek nu op internet op waar het minimalisme ontstond, en het antwoord dat op het beeldscherm verschijnt is: in de VS begon de erkenning van de kunststroming. Zelfs de redacteur van de Volkskrant vergat in zijn necrologie over Andre op 29 januari 2024 te vermelden dat er naast de Amerikanen Donald Judd, Richard Serra, Sol LeWitt en Richard Long ook een Europese groep minimalisten heeft bestaan. Jan Schoonhoven, Yves Klein, Piero Manzoni en Lucio Fontana; het zijn toch geen kunstenaars van geringe naam. 

Jan Bom

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *