De Afrikaanse periode van Picasso

De Afrikaanse periode van Picasso duurde niet lang, vanaf de zomer 1907 tot het najaar van 1908. Maar de impact op zijn ontwikkeling was enorm en leidde tot het kubisme. Een houten vrouwenbeeld uit 1907 zou net zo goed door een Afrikaanse stam uitgehakt kunnen zijn.

De Afrikaanse periode van Picasso leverde onder andere dit houten beeld Figure (Caryatid) op.

Picasso noemde dit schetsmatig beschilderde houten beeld simpelweg ‘Figure (Caryatid)’. Zijn interesse voor Afrikaanse maskers en beelden ging samen met die voor de direct in hout gesneden beelden van Gauguin uit Tahiti. Ook die beelden waren ruw en primitief, maar niet zo grof als het vrouwenbeeld van Picasso. De schilder Henri Matisse liet Picasso ook een houten figuur uit Afrika zien. De schilder bezocht, in mei of juni 2007, ook meermalen het toenmalige etnografische museum in het Palais du Trocadéro in Parijs.

Van imitatie willen kunsthistorici niet spreken. Wel van beïnvloeding, van inspiratiebronnen. In het (niet meer nieuw verkrijgbare) prachtboek Sculpture van uitgeverij Taschen staat: ‘Geen enkele kunstenaar beheerste de stilistische kenmerken en de geest van Tribal Art beter dan Picasso. Niemand ook die de karakteristieken zo goed kon overzetten in eigen beelden dan hij. In 1907 werkte hij alsof hij deel uitmaakte van een Afrikaanse stam (pag. 959). ‘

Schaal boven hoofd weggelaten

Picasso sneed in totaal vier vrouwfiguren, de hier getoonde van 81 centimeter hoogte. Ze zijn volgens de kunsthistoricus Reinhold Hohl in Sculpture ‘van monumentale kracht en statuur’.

Er zijn ook schetsen van bewaard gebleven, die de vrouwen tonen met een schaal op hun hoofd, vastgehouden door omhoog geheven armen. De ruwe rood-oranje belijning van een gezicht op het hout en de ruige sporen van een bijl tonen aan dat dit beeld niet door Picasso is voltooid.

De Afrikaanse periode van Picasso resulteerde ook in een beroemd schilderij met Afrikaanse maskers.

In de kunsthistorie zijn de schilderijen van Picasso uit deze Afrikaanse periode veel bekender. Dat geldt vooral voor zijn ‘Les Demoiselles d’Avignon’, dat hij in juli van 1907 voltooide, hetzelfde jaar van het houten beeld Caryatid. Twee, misschien zelfs wel drie van de vrouwen op het schilderij dragen Afrikaanse maskers. Vrouwelijke prostituees uit Barcelona hadden model gestaan voor dit schilderij. Het veroorzaakte een rel.

Kubisme als vervolg

Drie jaar later kreeg deze Afrikaanse periode een nog veel beroemder vervolg. 1910 staat te boek als het jaar waarin Picasso definitief het kubisme als stijlkenmerk in zijn werk presenteerde. Met dank dus aan anonieme Afrikaanse inspiratiebronnen.

Pas veel later in zijn leven, in 1956, zou Picasso opnieuw voor hout kiezen: sloophout om precies te zijn. Daarover schreef ik op Wowwood eerder een artikel, met een foto van een assemblage die de kunstenaar had samengesteld van een kistje, een plankje, twee knopen en was. Ook dat kistje vertoont weer Afrikaanse trekken.

Jan Bom, 6 januari 2026