Ook Antony Gormley begon met hout

Ook Antony Gormley begon met hout, de Britse kunstenaar die in Nederland vooral bekend is door zijn reusachtige gehurkte man voor de haven van Lelystad. Op bijna wetenschappelijke wijze ontleedde hij bomen in het begin van zijn kunstenaarsleven.

Ook Antony Gorley begon met hout, onder andere door in dit werk Last Tree uit 1979 de jaarringen zichtbaar te maken.

Veel moderne kunstenaars begonnen in hout wanneer zij zochten naar direct werken (snijden in plaats van modelleren), weerstand van het materiaal, groei, structuur en innerlijke vorm. Op wowwood.nl presenteerde ik al veel beroemde namen die aan het begin van hun carrière met hout werkten. Het komt zo vaak voor dat ik het een ideale start voor een kunstenaarsloopbaan durf te noemen.

Enkele voorbeeldenKarel Appel assembleerde na de Tweede Wereldoorlog uit armoede met sloophout het beeld Windmolen. De Brit Henry Moore ontwikkelde zijn beeldtaal door in nat iepenhout te snijden, waarbij het materiaal hem dwong tot organische vormen. Constantin Brancusi hakte zijn eerste versies van de Endless Column in hout. Barbara Hepworth begon met hout en ontwikkelde daarin haar kenmerkende doorboorde vormen. Ossip Zadkine sneed meer dan honderd beelden in hout voordat hij bekend werd met zijn monumentale werk in andere materialen. Voordat Paul Gauguin op Tahiti het ‘direct carving’ ontdekte, had hij in Frankrijk al houtsnijwerk gemaakt, tot en met het uithakken van zijn eigen klompen. Giuseppe Penone is natuurlijk de sleutelkunstenaar van het Dendroism, door letterlijk de jongere boom zichtbaar te maken in de stam. Hij bleef altijd in hout werken. Zelfs Pablo Picasso sneed in zijn ‘Afrikaanse periode’ beelden in hout, die de opmaat vormden voor het kubisme.

In twee vormende jaren

De Brit Antony Gormley werkte slechts twee jaar in hout, van 1978 tot 1979, maar het waren voor zijn thematiek belangrijke, vormende jaren. Zijn houten constructies waren visualisaties van het statement dat hij opstelde aan de Slade School of Fine Art: “Uiteindelijk zijn kunstwerken geschenken van de natuur en de cultuur aan elkaar. Het zijn pogingen om de tijd stil te zetten en de wereld opnieuw aanwezig te stellen.”

Op zijn website beschrijft Gormley zelf heel fraai deze periode: “Aan het einde van de jaren zeventig liet ik het idee los om gedachten in materiaal te schrijven en probeerde ik een manier te vinden om het intrinsieke onderwerp in het materiaal zelf zichtbaar te maken: de boom in de boom, het zaad in het hout. De eerste werken bestonden eenvoudigweg uit het afpellen van boomstammen om de eerste groeijaren onder de bast zichtbaar te maken, of de vorm van potentiële groei in het zaad.

“Dit werd op scherp gesteld in werken zoals End Product: een zaadvorm gemaakt uit de voet van een iepenboom. Dit werk werd volledig verbrand en toont de navelpunten waar ooit takken uit het afgesneden oppervlak voortkwamen.”

“Mijn relatie met hout en bomen eindigde met Fallen Tree, waarbij het hout van de volledige boom, inclusief de takken en al het zaagsel dat vrijkwam bij het zagen, vanaf de oorspronkelijke hoogte van de boom op de grond werd laten vallen, waardoor het zijn eigen constellatie van materiaal vormde.”

“Daaraan vooraf gingen twee experimenten: het eerste, Flat Tree, waarin de hoofdstam van de boom in een spiraal werd neergelegd, beginnend in het midden met de top van de boom; en Rearranged Tree, een dertig jaar oude dennenboom die werd verdeeld in dertig stapels, van één tot dertig stukken.”

Als een archeoloog

Antony Gormley behoort nu tot de invloedrijkste beeldhouwers van zijn generatie. Hij werd geboren in 1950 in Londen en groeide op in een intellectueel milieu waarin het gesprek over kunst, religie en filosofie belangrijk was.

Na zijn studie archeologie, antropologie en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Cambridge reisde hij begin jaren zeventig door India en Sri Lanka, waar hij in aanraking kwam met het boeddhisme. Deze ervaring vormde de basis voor zijn latere zoektocht naar de relatie tussen lichaam, ruimte en bewustzijn.

Toen Gormley in Engeland terugkeerde en zich verder ontwikkelde aan kunstacademies in Londen, begon hij te experimenteren met materialen die dicht bij de natuur stonden. Hij beschreef dit als het onthullen van “de boom in de boom, het zaad in het hout”. Door stammen voorzichtig af te pellen of te openen, legde hij als een archeoloog groeiringen en verborgen structuren bloot.

In Italië werkte Giuseppe Penone aan een verwant idee, door de ‘interne boom’ in een boomstam zichtbaar te maken door deze uit te hakken.

Betekenis al besloten in hout

Deze vroege houtwerken tonen al meteen de fundamentele houding van Gormley: het materiaal is geen drager van een idee, maar een partner waarin de betekenis al besloten ligt. In zekere zin sluiten deze werken aan bij een bijna archeologische benadering: het blootleggen van wat al aanwezig is.

Al snel verschoof zijn aandacht van de boom naar het menselijk lichaam. Vanaf het begin van de jaren tachtig begon Gormley afgietsels van zijn eigen lichaam te maken, eerst in gips en later in lood en ijzer. Deze overgang betekent geen breuk, maar eerder een verschuiving van hout naar lichaam als ‘natuurlijk gegeven’. Net zoals hij in hout de innerlijke structuur zocht, probeerde hij in het lichaam een ruimte te definiëren die zowel fysiek als existentieel is.

Als elektriciteitsmasten

In de decennia daarna ontwikkelde Gormley een indrukwekkend oeuvre. Zijn werk werd wereldwijd tentoongesteld en bekroond, onder meer met de Turner Prize in 1994.

Een belangrijk aspect van zijn latere werk is de verschuiving naar grootschalige sculpturen in de openbare ruimte. Hiervoor gebruikt hij vaak industriële materialen zoals gietijzer en staal. Een van de meest markante voorbeelden daarvan in Nederland is Exposure (2010) in Lelystad. Dit 26 meter hoge beeld van een hurkende man staat op de grens van land en water en kijkt uit over het Markermeer. De sculptuur is opgebouwd uit duizenden stalen elementen, geïnspireerd op de structuur van elektriciteitsmasten in de polder.

Interne structuren blootleggen

Met dit werk transformeert Gormley zijn oorspronkelijke benadering opnieuw: het lichaam is hier geen gesloten massa meer, maar een open netwerk van lijnen in de ruimte. Het beeld functioneert als een driedimensionale tekening waarin binnen en buiten samenvallen. Daarmee keert hij in zekere zin terug naar zijn vroege houtwerken, waarin het blootleggen van interne structuren centraal stond.

Ook elders in Nederland was zijn werk te zien, bijvoorbeeld in tentoonstellingen bij Museum Voorlinden met speciaal voor de expositieruimte gemaakte beelden.

De consistentie in Gormley’s oeuvre vind ik heel opmerkelijk: altijd is de relatie tussen lichaam, ruimte en landschap terug te vinden. Of hij nu werkt met hout, lood, ijzer of staal, steeds probeert hij dezelfde vraag te beantwoorden: wat betekent het om als mens ruimte in te nemen? Zijn vroege houtsculpturen vormen daarbij geen voetnoot, maar een vertrekpunt. In het hout leerde hij kijken naar wat verborgen is — een houding die in zijn latere, monumentale werk nog altijd terug te vinden is.

Jan Bom, 25 maart 2025