Ai Weiwei bouwde een boom, samengesteld uit stammen, wortels en takken uit zijn geboorteland China. Met opzet laat hij zien hoe de stukken kamferboom, ceder en ginkgo ruw aan elkaar zijn bevestigd. Kunstcritici interpreteren het kunstwerk ieder op hun eigen manier. Zelf zie ik het als een bijzondere vorm van Dendroism, omdat de gevonden en verzamelde stukken dood hout het uitgangspunt vormen voor het verhaal dat Ai Weiwei wil vertellen.

Ai Weiwei bouwde een boom, te zien in Tate Modern in Londen.
Tree (2010) is een monumentaal beeldhouwwerk van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei (1957): 7 meter hoog en 6,5 meter breed en diep. Het werk maakt deel uit van de permanente collectie van Tate Modern in Londen.
Het beeld stelt een echte boom voor, dat is duidelijk. Zichtbare zaagsneden en verbindingen tussen de verschillende onderdelen maken duidelijk dat het geheel uit afzonderlijke stukken hout is opgebouwd. Daardoor wordt niet alleen de constructie zichtbaar, maar komt ook de verscheidenheid aan baststructuren en houtsoorten goed naar voren.
Verloren natuur China
Maar wat wil de kunstenaar met dit beeld duidelijk maken? Het werk van Ai Weiwei onderzoekt vaak de complexe maatschappelijke en politieke vraagstukken in China. Het gebruik van hout in Tree kan worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar de snelle verstedelijking en economische expansie van het land, die mede hebben geleid tot grootschalige aantasting van de natuurlijke omgeving. De boom zou zo een gedenkteken zijn voor wat er aan natuur in China verloren is gegaan, door de snelle economische expansie.
Maar er zijn ook andere interpretaties mogelijk. Vooral de zichtbare verbindingen tussen de stukken stam leiden onder kunstcritici tot verschillende visies. Die verbindingen, met goed zichtbare traditionele Chinese houtverbindingen, zijn geen technische onvolkomenheid. Ze vormen een essentieel onderdeel van het kunstwerk. De verbindingen brengen opzichtig iets samen wat nooit een eenheid was.
Kunsthistoricus Lotte Philipsen schreef in de catalogus bij de tentoonstelling van Ai Weiwei in het De Pont Museum in Tilburg een beschrijvende analyse over Tree.
Zij benadert het beeld vanuit een filosofisch onderscheid tussen materie en vorm, dat teruggaat op Aristoteles. De oorspronkelijke bomen zijn gestorven. Wat resteert, is hout: materie zonder de oorspronkelijke vorm en functie. Ai Weiwei brengt die materie vervolgens opnieuw samen tot de vorm van een boom. Maar het resultaat is daarmee nog geen levende boom. De zichtbare naden en verbindingen verhinderen dat het beeld als een natuurlijk gegroeid organisme kan worden gezien.
Philipsen beschrijft daarmee een interessante paradox: wat eruitziet als een betekenisvolle, levende vorm is in werkelijkheid een constructie uit dood materiaal. De traditionele Chinese houtverbindingen voegen een culturele betekenislaag toe.
Zovele culturen China
De Fondation Louis Vuitton geeft een andere interpretatie. Volgens het museum verwijst de samengestelde boom naar China, waar culturele diversiteit en individuele identiteiten onder druk staan door de toenemende uniformiteit van de moderne stedelijke samenleving.
De verschillende houtdelen vertegenwoordigen in deze lezing afzonderlijke identiteiten. Wanneer ze worden samengebracht, ontstaat een groter geheel, maar zichtbare verbindingen blijven daarbij herinneren aan de afzonderlijke oorsprong van ieder onderdeel.
Deze interpretatie sluit aan bij een terugkerend thema in het werk van Ai Weiwei: de spanning tussen het individu en de collectiviteit, tussen traditie en modernisering.
Ijzeren versie
Een positieve bespreking verscheen in 2014 in de Britse krant The Guardian. Kunstcriticus Laura Cumming schreef over de ijzeren variant van de boom, die in Yorkshire Sculpture Park werd tentoongesteld.

De roestbruine ijzeren versie van Tree, met opvallend uitstekende bouten.
Ze beschreef hoe de 99 afzonderlijk gegoten onderdelen samen een boom vormen die ondanks het zware metaal verrassend levendig oogt. Haar interpretatie is optimistisch: de boom verbeeldt de hoop op een samenleving waarin afzonderlijke mensen samen één geheel vormen.
Cumming noemt het beeld majestueus en bijzonder mooi. Ze ziet de boom als een symbool dat zijn vele afzonderlijke onderdelen niet verbergt, maar juist laat spreken.
Onbekenden in familiealbum
Ik vind de roestbruine ijzeren boom van Ai Weiwei minder geslaagd. Gemaakt uit hetzelfde materiaal, vallen de subtiele verschillen in bast weg, die de houten boom wel biedt. De enorme uitstekende bouten en schroeven maken dat verlies niet goed.
Wat heb ik hier nog aan toe te voegen, vanuit het oogpunt van Dendroism? Ik zie dat Ai Weiwei de verhalen die de de losse stukken boomstam vertellen tot één verhaal maakt, maar wel een bewust ongemakkelijk verhaal. Hoe dichter je op de boom gaat staan, hoe duidelijk wordt dat die eenheid afgedwongen is, bewust geconstrueerd. De eenheid is een kunstmatige herinnering. De boom van Weiwei is als foto’s van heel verschillende mensen die elkaar niet kennen maar toch in één familieboek zijn geplakt.
Een kunstwerk dus om over na te denken. Dat is wat grote kunst doet.
Jan Bom, 5 november 2026

